Wijzigingen in het kooprecht per 31 juli 2026


Per 31 juli 2026 treden belangrijke wijzigingen in het Duitse kooprecht in werking. De Duitse Bondsdag heeft op 25 juni 2026 de uitvoeringswet ter omzetting van de EU-richtlijn inzake het recht op reparatie (Richtlijn (EU) 2024/1799) aangenomen. De wet treedt in werking op de dag na de bekendmaking ervan in het Bundesgesetzblatt.

Voor Nederlandse ondernemers die goederen in Duitsland aan consumenten verkopen of daar als importeur optreden, brengt de wet concrete nieuwe verplichtingen met zich mee.


Wat is de achtergrond?

"Repareren in plaats van weggooien" – dat is het uitdrukkelijke doel van de nieuwe regelgeving. De EU wil de gebruiksduur van producten verlengen, afval verminderen en de economie circulairder maken. Daartoe worden zowel de wettelijke conformiteitsregels binnen het kooprecht versterkt als een zelfstandig recht op reparatie ten opzichte van fabrikanten ingevoerd.


Wat verandert er aan het wettelijke gebrekbegrip?


Vanaf 31 juli 2026 behoort de repareerbaarheid uitdrukkelijk tot de gebruikelijke eigenschappen van een goed – naast duurzaamheid, functionaliteit, compatibiliteit en veiligheid (§ 434 lid 3, tweede volzin, BGB, nieuwe versie). 

Een goed kan daardoor gebrekkig zijn wanneer het zich minder goed of helemaal niet laat repareren dan bij vergelijkbare goederen gebruikelijk is en redelijkerwijs van de verkoper mag worden verwacht.

Praktijkvoorbeeld: Is de deurafdichting van een wasmachine zodanig gemonteerd dat zij niet zonder blijvende beschadiging van het apparaat kan worden vervangen, dan kan daarin een materieel gebrek wegens onvoldoende repareerbaarheid zijn gelegen – ongeacht of de handelaar zelf verantwoordelijk is voor de gebrekkige constructie.

Binnen de B2C-sector is een afwijkende overeenkomst slechts onder strikte voorwaarden mogelijk en in algemene voorwaarden uitgesloten.

Binnen de B2B-sector kan de repareerbaarheid daarentegen in beginsel ook in algemene voorwaarden worden uitgesloten. Deze uitbreiding van het wettelijke gebrekbegrip geldt tussen ondernemers bovendien pas voor koopovereenkomsten die vanaf 1 januari 2028 worden gesloten.


Wat verandert er aan de wettelijke garantie?


Tot nu toe heeft de koper bij een gebrek de keuze tussen herstel en vervangende levering. Daaraan verandert in beginsel niets. Nieuw is echter: kiest een consument (koper) in een garantiegeval voor reparatie, dan wordt de wettelijke garantietermijn eenmalig met twaalf maanden verlengd (§ 475e lid 5 BGB, nieuwe versie). De gebruikelijke twee jaar kunnen daardoor oplopen tot maximaal drie jaar.

Daarbij moet het volgende in acht worden genomen: de verlenging geldt niet alleen voor het gerepareerde gebrek, maar voor alle aanspraken wegens gebreken met betrekking tot de gekochte zaak. Reeds de reparatie van één enkel onderdeel kan ertoe leiden dat de termijn ook voor andere gebreken wordt verlengd. Aan de bewijslast verandert daarentegen niets – de consument moet nog steeds aantonen dat het gebrek reeds bij de levering aanwezig was. De verlenging geldt uitsluitend voor B2C-koopovereenkomsten die vanaf 31 juli 2026 worden gesloten. In de B2B-sector blijft de verjaringstermijn twee jaar.


Welke nieuwe informatieverplichtingen rusten op de verkoper?


Na de eerste melding van een gebrek door een consument moeten verkopers de consument voortaan actief informeren dat hij een keuzerecht heeft tussen reparatie en vervangende levering – en dat de keuze voor reparatie de wettelijke garantietermijn met twaalf maanden verlengt (§ 475 lid 4 BGB, nieuwe versie). Deze informatie moet de consument bereiken voordat hij zijn keuzerecht uitoefent en kan niet op algemene wijze via algemene voorwaarden worden verstrekt. Heeft de handelaar de consument bij de eerste melding van een gebrek geïnformeerd, dan hoeft hij dit bij latere meldingen van gebreken met betrekking tot dezelfde gekochte zaak niet opnieuw te doen.


Wat houdt het zelfstandige „recht op reparatie” tegenover de fabrikant in?


Naast de wijzigingen in het garantierecht krijgen consumenten een nieuw zelfstandig recht op reparatie, dat zij rechtstreeks tegenover de fabrikant kunnen uitoefenen (§§ 479a e.v. BGB, nieuwe versie). Dit recht geldt wanneer de consument wegens een defect geen garantierechten tegenover de verkoper kan doen gelden – bijvoorbeeld omdat de schade pas na de levering is ontstaan, sprake is van normale slijtage of de garantieaanspraken reeds zijn verjaard.

Deze aanspraak geldt echter uitsluitend voor bepaalde productgroepen, waaronder: huishoudwasmachines en -drogers, huishoudvaatwassers, koelapparaten, elektronische beeldschermen, smartphones en tablets, stofzuigers, servers en gegevensopslagproducten, alsmede goederen met batterijen voor lichte vervoermiddelen zoals e-bikes en e-scooters. Producten zoals laptops, koffiemachines of haardrogers vallen momenteel niet onder deze regeling.

De reparatie door de fabrikant moet binnen een redelijke termijn plaatsvinden en hoeft niet noodzakelijk kosteloos te zijn – de fabrikant mag een redelijke vergoeding verlangen, maar deze mag niet zodanig hoog zijn dat consumenten daardoor van reparatie worden afgehouden. De fabrikant mag een reparatie alleen weigeren wanneer deze feitelijk of juridisch onmogelijk is. Ook een eerdere reparatie door een derde reparatiebedrijf geeft de fabrikant niet het recht de reparatie te weigeren. Bovendien mogen fabrikanten geen software of technische beschermingsmaatregelen toepassen die een reparatie – ook door onafhankelijke reparatiebedrijven of met gebruikmaking van reserveonderdelen van derden – belemmeren.

Het recht op reparatie geldt vanaf de inwerkingtreding van de wet – ongeacht wanneer het product is gekocht.


Wat geldt wanneer de fabrikant buiten de EU is gevestigd?


Heeft de fabrikant geen vestigingsplaats in de EU, dan gaat de reparatieverplichting volgens een vaste volgorde over op andere marktdeelnemers: eerst op de gemachtigde van de fabrikant in de EU, vervolgens op de importeur en ten slotte – als laatste schakel in de keten – op de distributeur (§ 479f BGB, nieuwe versie).

Voor handelaren betekent dit: wie goederen rechtstreeks uit een derde land in de EU importeert, kan reeds als importeur reparatieplichtig worden. Het verdient daarom aanbeveling de eigen rol in de leveringsketen zorgvuldig te toetsen.


Wat betekent dit concreet voor Nederlandse ondernemers die in Duitsland verkopen?


Ongeacht of u goederen produceert, importeert of distribueert, doet u er goed aan nu na te gaan:
•    Valt uw product onder het uitgebreide gebrekbegrip van repareerbaarheid?
•    Informeert u uw klanten in geval van een garantieclaim correct over hun keuzerecht en de verlenging van de garantietermijn?
•    Zijn uw interne procedures voor meldingen van gebreken en uw algemene voorwaarden up-to-date?
•    Kan de aanspraak van de fabrikant op grond van §§ 479a e.v. BGB op u van toepassing zijn als importeur of distributeur?
•    Heeft u uw positie in de leveringsketen voor goederen uit derde landen gecontroleerd?


STRICK ondersteunt Nederlandse ondernemers in Duitsland


Heeft u vragen over de nieuwe regelgeving in het Duitse kooprecht? STRICK begeleidt Nederlandse ondernemers bij de juridische beoordeling, de aanpassing van overeenkomsten en algemene voorwaarden, evenals bij de voorbereiding op de nieuwe informatieverplichtingen – zodat u juridisch goed voorbereid bent op de Duitse markt.

Geschreven door

Alexander Crämer

Bekijk onze andere gerelateerde blogs